
292
hechten, dan is het vocalisme voorshands raadselachtig (< *
lūm
?). Helgoland
lōam
‘schön weich anzufühlen’ wijst op *
laum
, ‘slap’, en hieruit kan dus ndl.
loom
ook
worden afgeleid. In elk geval is een wgm. vorm met
ŭ
en een met
au
, mogelijk een
met
û
aan te nemen.
LOOPEN. Boisacq brengt
ϰάλπη
‘draf’
ϰαλπᾱ
< *
q ḷpā
met
loopen
, en wat den
vocaaltrap betreft met mhd. ptc.
geloffen
, in verband. Ook hier weer is moeilijk te
beslissen of een later optredende vorm (immers als ohd. is slechts
giloufan
overgeleverd) berust op jongere van den regel afwijkende klankontwikkeling, of
reeds vroeger bestond zonder in onze bronnen voor te komen. Nwfri.
ljeappe
‘springen met een pols’,
ljeap
‘sprong (met een p.) over een sloot of gracht’,
ljeap
(met bijvormen) ‘kievit’. Cad. Müller
lepp
‘Kiefieth’. Vgl. nog ozwe.
loppa
, de.
loppe
‘vloo’.
Gron. LÓRT (mv. -
tṇ
, bnw. en bw. -
təχ
). Molema heeft de door Wester gegeven
omschrijving ‘een bot en onhandzaam mensch’ vervangen door ‘zooveel als: bengel,
slungel; een bot, o.m.’; de voorvoeging is m.i. slechts bestemd om het aequivalent
in één woord te geven. De bet. doet mij het woord verbinden met Teuth.
loyrts
,
lurts
,
luers
‘linker’, waarvan de
s
te beoordeelen is als in
lyncks
enz. (liever dan met (sa.)
ofri.
lŭrd
, -
t
‘drek, waardeloos tuig’, ‘kerel, wijf van niks’; dit behoeft niet met het
homoniem ‘oude lappen, enz.’ identisch te zijn, in welke bet. elders geen -
d
of -
t
staat, z. Fr.-V.W.
lor
). Het Mnl. Wb. i.v.
loorts
wijst op verdere verwanten, waarvan
de naaste zijn Nederrijnsch
lorz
,
lurz
en mhd.
lërz.
LOSBANDIG. Dre. (Dr. Volksalm. 1847) behalve in de gewone bet. ook letterl.: van
koeien die losloopen, van paarden die niet ingespannen zijn; verder (D.V. 1848)
‘eenloopend’ (b.v. -
gaan
‘zonder gezelschap’ en ‘ongehuwd’).
Mnl. LUCHTEN ‘opheffen’. Hierbij nog wang.
left
(Fri. Arch. met
ä
gespeld, maar
vgl.
f l
‘füllen’,
k sing
‘Kissen’,
fäst
‘Faust’ e.a.).
LUI. Helgoland
lúi
wijst, daar het ndd. woord deze diphthong
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Komentarze do niniejszej Instrukcji